Eind oktober weer naar de stembus

Op 3 juni is het kabinet-Schoof gevallen. En dat betekent nieuwe verkiezingen op 29 oktober 2025. Adviseur Joyce Kamphuis van Enserve heeft de partijprogramma’s van de acht grootste partijen bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2023 onder de loep genomen voor het onderdeel woningmarkt en vooral de sociale huursector.

Over één ding zijn alle partijen het eens, volkshuisvesting heeft prioriteit en ze willen meer woningbouw! Een aantal partijen, waaronder GroenLinks-PvdA, NSC en CDA, noemen daarbij 100.000 woningen per jaar: gelijk aan de afspraken uit de Woontop2024. De PVV spreekt over 67.000 nieuwe middenhuurwoningen. De SP springt eruit en wil zorgen voor één miljoen extra betaalbare huurwoningen, met een maximale huur van € 800,-. Binnen welke termijn zij dat willen realiseren is niet helemaal duidelijk. Veel van de partijen willen een sterke regie door de overheid en sommigen spreken zich nadrukkelijk uit voor een ministerie van Volkshuisvesting of -zoals D66 het noemt- een ‘doorbraakminister’. De VVD wil weer ruimte geven aan de markt maar ook dertig nieuwe grootschalige woonwijken bouwen, met sturing vanuit Den Haag. Daarmee pleiten zij voor een gemengde regie. Net als het CDA die het bestrijden van het woningtekort een gezamenlijke opgave noemt. De PVV vindt dat waar woningbouw niet van de grond komt, de Rijksoverheid moet ingrijpen.

Hoe de partijen denken die woningbouwaantallen te kunnen vergroten is wisselend. Zeven van de onder de loep genomen partijen willen (bezwaar)procedures die woningbouw vertragen vereenvoudigen en/of verkorten. Een ander geluid komt van de SP, daar krijgen lokale gemeenschappen meer inspraak en beslissingsrecht bij bouwprojecten.

Enkele partijen noemen ook concrete bedragen om te investeren. NSC spreekt over het investeren van € 2 miljard extra in een versnellingsfonds voor de woningmarkt. D66 noemt € 2 miljard jaarlijks en de SP richt een Nationaal Woonfonds op en investeert € 30 miljard. GroenLinks-PvdA spreekt over een investeringsprogramma, maar noemt geen concreet bedrag. Net als de PVV, die spreekt over “fors extra geld” voor een nationaal crisisplan.

Sociale huursector

Als we meer inzoomen op de sociale huursector en aantallen dan spreekt GroenLinks-PvdA over ‘Woningbouwcorporaties Nieuwe Stijl’ die een grote rol krijgen bij nieuwbouwprojecten en die gaan bouwen voor de sociale meerderheid. De inkomensgrenzen gaan omhoog, zodat twee derde van Nederland tot de doelgroep behoort. De Woningcorporaties Nieuwe Stijl gaan jaarlijks tienduizenden woningen extra bouwen. In elk nieuwbouwproject dat zij bouwen heeft 40% van de huurwoningen een huur van maximaal € 900 per maand, en nog eens 30% van de woningen is een huurwoning met een huur tot € 1200 of een betaalbare koopwoning.

Ook de SP spreekt over het toegankelijk maken van de sociale huur voor een brede groep mensen. Bij de PVV krijgen corporaties de taak om niet alleen sociale huurwoningen, maar ook 67.000 nieuwe middenhuurwoningen te bouwen. Daarbij willen zij de inkomensgrenzen voor betaalbare huurwoningen verhogen zodat meer woningzoekenden hiervoor in aanmerking komen.

Corporaties worden bij de VVD in staat gesteld én verplicht aanzienlijk meer sociale huurwoningen te bouwen. D66, CDA en NSC spreken over (minstens) 30% sociale huur in elk nieuwbouwplan. De BBB wil terug naar de realisatie van 30.000 sociale huurwoningen per jaar door corporaties.

Huurbeleid

Hoewel de aangekondigde huurbevriezing in 2025 geen doorgang vond, staat hier wel het een en ander over in de verkiezingsprogramma’s. De SP wil de huren de komende jaren bevriezen. De PVV wil volgend jaar de sociale huren met 10% verlagen. GroenLinks-PvdA wil een wettelijke bovengrens voor de toegestane huurstijging.

De VVD stelt een jaarlijkse inkomenstoets voor om te bepalen of de huurprijs nog passend is. NSC en CDA willen een inflatievolgend huurbeleid. D66 vindt het redelijk dat wie meer verdient of meer vermogen heeft en in een sociale huurwoning woont, een huur gaat betalen die past bij de markt. De BBB wil dat niet huurprijzen maar woonlasten leidend zijn voor het beoordelen van redelijke en draagbare huren.

Statushouders

Tot slot spreken vier partijen zich nadrukkelijk uit voor het afschaffen van de wettelijke taakstelling van gemeenten om statushouders te moeten huisvesten. Dit zijn de BBB, VVD, PVV en NSC. Volgens NSC moeten er voor statushouders tijdelijke, sobere, woonruimte beschikbaar komen. De VVD wil dit oplossen met sobere flexwoningen.

De toekomst zal uitwijzen of deze partijen -net als in 2023- de acht grootsten zullen zijn en of deze plannen en ambities ook waargemaakt worden.

 

De 8 grootste partijen: PVV (Partij voor de Vrijheid), GroenLinks-PvdA, VVD (Volkspartij voor Vrijheid en Democratie), NSC (Nieuw Sociaal Contract), D66 (Democraten 66), BBB (BoerBurgerBeweging), CDA (Christen-Democratisch Appèl) en SP (Socialistische Partij).


Wil je alles weten op het gebied van woonruimteverdeling?
Schrijf je dan hier in voor onze nieuwsbrief.


Alle berichten